Genealogie betreffende de familienamen:

Boers, Buers, Buhr, Buhrs, Bührs, Croese, Huijg, Kroese, Kruse, Nunnink, Paaij, van de Groenekan, Weijermars, Wietzes, Wytzes

Allemaal familie


De verschillende pagina's van deze website zijn in totaal 281232 keer bezocht sinds 17 oktober 2004.

Het totaal aantal personen in de database is op dit moment 7373.


Deze website bevat genealogiegegevens betreffende de bovenstaande familienamen en is uitsluitend bedoeld voor leden van deze families, bekenden en overige serieuze belangstellenden. Een aantal kwartierstaten kunt U via de links hieronder opvragen. Alle overige gegevens kunt U alleen opvragen nadat U bent ingelogd.

Indien U reeds de beschikking heeft over een login voor deze site dan kunt U hier de complete stambomen inzien. Heeft U nog geen "login naam" en "login wachtwoord" dan kunt U voorlopig zelf een login aanmaken, waarna U direct kunt inloggen en de stamboomgegevens kunt bekijken. Deze "login naam" en "login wachtwoord" worden in het systeem bewaard; elke volgende keer kunt U deze weer gebruiken, dus noteert U s.v.p. deze gegevens.

Indien een binnenkomend internet IP-adres reeds voorkomt in het systeem als login dan wordt automatisch ingelogd met deze gegevens en hoeft U "login naam" en "login wachtwoord" niet opnieuw in te voeren.


Kwartierstaat Arnold Johannes Antonius Bührs

Kwartierstaat Hendricus Philippus Kroese

Kwartierstaat Gerardina Nunnink

Kwartierstaat Henriëtte Wietzes


Een overzicht van alle 2501 namen in de database:

Aa, Aarts, Aartsen, Abbekerk, Abbink, Abcoude, Abes, Ackermans, Adam, Adams, Adriaensz, Adriaensz (Pietersz), Agtmaal, Aichman, Aichmann, Aken, Akker, Akkermans, Alberdingk, Albers, Alberts, Alberts (van Waerden), Albertsz, Aleriks, Alexander, Alings, Alkema, Allertz, Alphen, Althuis, Andersen, Andreas, Andries, Angars, Angart (Angars), Anker, Antonie, Antony, Apeldoorn, Appel, Apperlo, Apperloo, Aptroot, Arathoon, Arends, Arendsz, Arendsz (de Nunk, Nunning, Nunnink), Arents, Arfsten, Ariaans, Ariaens, Ariens, Arnold, Ashburn, Asselen, Asseler, Assendelft, Asser van der Reis, Auckes, Auener, Augustin, Aukes, Baak, Baan, Baardman, Baars, Baarsen, Baas, Back, Backers, Backus, Baeck, Baeck (Baak), Baerse, Bak, Bakels, Bakker, Bakkers, Bakkum, Baldinger, Balink, Balink (Beulink), Ball, Balm, Bambergen, Banga, Banks, Bannenberg, Bardok, Barett, Bartelings, Bartels, Bartelsz, Battram, Baukes, Becker, Beckman, Bedjes, Beek, Beelen, Beemsterboer, Been, Beenhakker, Beentjes, Beers, Beetz, Beeuwes, Beidschat, Bekker, Beleher, Beler, Belfor, Belle, Bemmel, Benard, Berents, Berg, Berge, Bergen, Berger, Bergh, Bergkamp, Bergsma, Berk, Berkel, Berkhout, Berkum, Bernds, Berndsz, Berndtsen, Bernier, Bernsen, Berteling, Bertelkamp, Beselisz, Besseling, Betjes, Beuk, Beuker, Beumer, Beurden, Beusekom, Bevers, Bier, Bierman, Bieshear (van Wildenburg, Mom), Bijl, Bijnsdorp, Bijwaard, Bilt, Binnendijk, Binnenkade, Binsbergen, Bischot, Bisschop, Biteman, Blaauw, Blachard, Blanck (Blank), Blank, Blankendaal, Blankenstein, Blankvoort, Blansjaar, Blauw, Bleecker, Bleecker (Bleeker), Bleekemolen, Bleeker, Bleijenberg, Blesing, Bleyenberg, Bliemer, Blijsie, Bloed, Bloem, Bloemers, Bloemers (Blommers), Bloemsma, Blokker, Blokland, Blokvoort, Blom, Blommendaal, Bloos, Bloothoofd, Bobbeldijk, Bobbeldijk (Bobeldijk), Bocxe, Boddeke, Bode, Boecke, Boeije, Boeijinck, Boeijinck (Geesinck), Boeijink, Boer, Boerendans, Boering, Boerman, Boerrigter, Boers, Boeyink, Bogaert, Bohncke, Bok, Bolding, Bolding (Boldinck), Bollen, Bolleurs, Bon, Bongen, Bonsang, Bont, Bonten, Boo, Boogaard, Boom, Boomgaard, Boomsma, Boon, Boorder, Boot, Boots, Bootsma, Borburg, Borckelmans, Bordels, Borgers, Borgman, Borst, Bos, Bos(ch), Bosch, Bosdijk, Bosgra, Bosman, Bosse, Bot, Bot(jager), Botjager, Bottelier, Bottinga, Boucket (Bocquet, Bocket, Bouquet), Bouillon, Bouillon (Bouljon), Bouman, Bourgondie, Bout, Bouwens, Boxcel, Boyer, Braakensiek, Braaksma, Braam, Braamhaar, Braams, Bracke, Brakeboer, Brakel, Brand, Brandon, Brands, Brandsen, Brantenaar, Brants, Brederode, Breejen, Breestraten, Bregten, Breuker, Brink, Brinker gnt. Runge, Brinkman, Broek, Broeke, Broekhuis, Broekhuizen, Broeks, Broer, Broers, Broersz, Bronk, Bronshoff, Bronstring, Bronstring (Bronstering), Brouer, Broums, Brouwer, Brouwers, Bruers, Brug (Brugge, Burg), Brugge, Bruggen, Brugman, Bruijn, Bruijne, Bruin, Bruinsma, Bruning, Brunings, Bruyn, Brüning, Bröcker, Buchanan, Budding, Buers, Buffing, Bugge, Bugnum, Buhr, Buhrs, Buijs, Buijsman, Buis, Buitendorp, Buitkamp, Bulters, Bunnik, Bunninga, Bunting, Buntsma, Burg, Busmann, Busscher, Butot, Buur, Buuren, Buuren (Bunsen), Buurs, Buutkamp, Buyrendr (Buren), Buys, Bührs, Cabuy, Camerling, Caroll, Casander, Caspers, Cassé, Cebil, Cessie, Chancal, Charlot, Chisostomus, Cibers (Cijpers), Ciers, Ciesielski, Claas, Claas Kroon, Claasen, Claasens, Claasz, Claes, Claesdr, Claessen, Claesz, Claesz (Vliet), Clardij, Cleijn, Clemens, Clerk (Klerk), Cloe, Cloet, Cobelens, Cocq (Poortmans), Cocq van Delwijnen, Coers, Coert, Coester, Coezand, Cohen, Collé, Commandeur, Condé, Coninck, Coning (de Koningh), Contures, Coo, Cook, Cornel, Cornelis, Cornelis(se), Cornelisdr, Cornelissen, Cornelisz, Cornelisz (Hermansz), Cornelisz (Manshand, Manshanden), Cornelisz (Wittebaard), Cornelius, Corry, Cors, Corsten, Corstens, Corstense, Corver, Coster, Coster (Koster), Costerus, Coule, Cox, Craech, Craeckert, Cranssen, Crelis, Crelis (Steeman), Crijnen, Croese, Croese (Croose), Croese (Kroese), Cromvoirt, Croock, Crull, Cruse, Cuijn, Cuiper, Cuperus, Cuypers, Czaikowski, Czaikowsky, Daalen, Daalhoff, Daeesen, Dael, Daems, Daijle, Dalen, Dam, Damen, Dammis, Dangermond, Daniëls, Davina, Debats, Decker, Deenen, Deerenberg, Deinema, Dekken, Dekker, Dekker(s), Dekkers, Delaquis, Delft, DeMill, Dencken, Denker, Denker(t), Denkers, Denkert, Deppen, Dercks, Derengowska, Derks, Deterink, Deurzen, Deutekom, Develiers, Devlin, Dichting (Dugtingh), Diemen, Dienst, Diepman, Dijk, Dijkmans, Dijkstra, Dik, Dillewaard, Dillon, Dingelhof, Dingen, Dinger, Dinter, Dircks, Dircksdr, Dircksz, Dircksz (Knippingh), Dirks, Dirkse, Dirksz (Mets), Distelbrink, Diters, Dobber, Doede, Doedes, Doef, Doets, Doeven, Dolstra, Dongen, Donkers, Donnee, Donnelly, Dood, Doodt, Doorn, Doornheim, Doornmalen, Dorp, Dral, Dreijling, Dreyer, Driehuis, Dries, Dries (Driessen), Driessen, Drift, Drijer, Droog, Dros, Drughorn, Druiven, Dufel, Duijns, Duijser, Duiker, Duin, Duizer, Dulkenraad, Dullemont, Dullemont (Dulmont), Dumont, Duvel, Döllé, Ebbe, Ebbing, Ebeling, Edel, Edses, Eekeres, Eem, Eenenaam, Ees, Egberts, Egbertsz, Egdom, Egger, Egmond, Eichner, Eijgenberger, Eijk, Eijkhout, Eijmael, Eijpe, Eik, Einhaus, Elbers, Elberts, Elbertsz, Elinck, Ellerbeck, Ellermeijer, Elof, Elsendoorn, Elshof, Elshof(f), Elswijk, Elverig, Emich, Empel, Empelen, Endt, Engberink, Engelen, Engels, Ephraim, Erbé, Erftmeijer, Erné, Es, Eschauzier, Eshof, Essen, Euftsz, Eulderink, Euverst, Euverst (Maat), Euverts, Euwens, Evers, Everts, Ewers, Ewouts, Faas, Fakkert, Farenhorst, Feer, Feer (de Oude), Feers, Feggelen, Feggelen (Veggelen), Feije, Fellinga, Felon, Fent, Fetjes, Fiebig, Fisscher, Floet/Fennemann, Floor, Florence, Florisz, Focken, Fockens, Foeckesz, Foeken, Foekesz, Fokke, Fokke (Focken), Fokke Sijbrands, Folkers, Fonse, Former, Fraikin, Frankfort, Frankhuizen, Frans, Franse, Fransella, Franssen, Fransz, Frayman, Frederiks, Frederiks (Feiter), Frederiks (Fredriks), Freeking, Freeks, Freeksz, Frencken, Freneau, Frenigoor (Vreenegoor), Frensch, Frericx, Friderich, Fronten, Frost, Fröndhoff, Fulpen, Furth, Gaal, Gabriels, Galarneau, Galen, Gans, Ganzeboom, Gattersleben, Gaudry, Geerding, Geerts, Geertse, Geesinck, Geest, Gehring, Gelckers, Geld(t), Gelder, Geldermans, Gelsen, Gemert, Genderen, Genne, Gerards, Gerbrands, Gering, Gering (Gehring), Gerlofs, Germin, Gerrits, Gerritsen, Gerritsz, Gerven, Gerwen, Geus, Gieling, Gieling (Gielis), Gielis, Giesbers, Giessen, Gijlinck, Gijlinck (Gieling), Gijlstra, Gijsberts, Gijssen, Gijze, Giliams, Gillis, Glandemans, Glas, Glasmeier, Glim, Gloe, Gobbes, Godschalk, Goed, Goedhard (Goedhart), Goedhart, Goes, Goette, Gonzales, Gonzalez, Gool, Goosens, Goossens, Gordon, Gorissen, Gosfet, Govaars, Goversz (van Waerden), Graaf, Graaff, Graanstra, Gracht, Graes, Graes (Catt), Graes in de Catt, Grapendaal, Graphorn, Gras, Grasjus, Grauwert, Grave, Gravesteijn, Gravestein, Grijsaert, Grijzenhout, Grimmelijkhuizen, Grinsven, Groen, Groenekan, Groenekan (Groenland), Groenekan(t), Groeneweg, Groenewoud, Groensmit, Groenveld, Groningen, Groot, Grootegansei, Grootsen, Grundmann, Grzess, Gubbels, Gudde, Gude, Gulik, Gumster, Gussenhoven, Gühse, Haak, Haan, Haari, Haarlem, Haas, Habel, Habets, Hafkenscheid, Hageböck, Hagemeier, Hagen, Hagenkerßen, Hagtingius, Hahn, Haijtses, Halsema, Ham, Hamerlinck, Hamersveld, Hampsink, Hamsink, Hanenberg, Hania, Hansen, Hanterman, Harding, Harmeling, Harmens, Harms, Harnas, Hart, Hartog, Hartsink, Hartwig, Harwijne, Haselijnk, Haselin(k), Haselink, Hasselaar, Hazlehurst, Heeger, Heelijnck, Heelijnck (Hekinck), Heemskerk, Heenes, Heereker, Heereker (Harkers), Heeres, Heeroma, Heertjes, Heertjesz, Heffelaar, Heide, Heijboer, Heijden, Heijgelaar, Heijligh, Heijn, Heijne, Heijneman, Heijstek, Heitmann, Hekelaar, Hekkink, Helder, Hellebrekers, Helmers, Helmig, Helsloot, Hemberg (Himbergh), Hemert, Hendri(c)ks, Hendricks, Hendricksz (Wegtenburgh), Hendrics, Hendricx, Hendriks, Hendriks (Nooij), Hendriksen, Hendriksz, Hendrikz, Hendrix, Hendrixdr, Henke, Hennekes, Hennij, Henriët, Henrij, Henstra, Hentzepeter, Herberts, Herlaer, Hermans, Hermansz, Hermanus, Hermes, Herms, Herni, Herrebout, Herreman, Hervij, Hesseling, Hesteren, Heuckeroth, Heukelom (Acquoy), Heukelom Van Acquoy (Arkel), Heurkamp, Heusden, Heutgens, Heuvel, Heydenmans (Heidenkamps, Gerritsen), Heyer, Heßeling, Hie, Hiemerda, Hijfte, Hijma, Hijne, Hijnen, Hilbers, Hilgevoord, Hill, Hille, Hilleberts (Hilbers), Hillebrands, Hillebrink, Hills, Hilst, Hilversum, Himberg, Hinsbeek, Hinterding, Hitmans, Hoefsloot, Hoek, Hoek (Wever), Hoekers (Hoekert), Hoekstra, Hoeve, Hoeven, Hoewijk, Hof, Hoffmans, Hofland, Hogeland, Hogenes, Hogervorst, Holla, Hollander, Holleboom, Holler, Hollevoet, Hollink, Holshuijsen, Holthuizen, Holtkamp, Hommes, Hompe, Hongerland, Honhoff, Hoog, Hoogeland, Hoogervorst, Hoogetoorn, Hoogeveen, Hoogland, Hoogstraate, Hoogstrate, Hoogvorst, Hooijdonk, Hoorn, Horn, Horrich, Horst, Horstman, Hoskam, Hospes, Hosting, Hottmar, Hout, Houten, Houtkamp, Houweling, Hove (Sevinck), Huber, Hubertsz, Huerne (Huijrne), Hueslage, Huffel, Huig, Huigen, Huijbers, Huijberts, Huijbertsz, Huijg, Huijnijnck, Huijsinck, Huijsing, Huijsmans, Huijsmans (Hausman), Huinck, Huipe, Huipen, Huis, Huisink, Huiskes, Huisman, Huitink, Hulst, Hulzebos, Humpendinck, Huninck (Huijnijnck), Huninck (Huijninck), Huning, Hunink (Honing), Husman, Hutte, Huyberts, Huyg, Huysink, Hütte, Höcker, Hölskers, Hörmann, Ibink, IJpe, IJperen, IJsbrands, IJsebrand, IJsebrand (IJsebrant), IJsebrand (IJzebrand), IJsebrand (IJzebrand, IJsbrand), IJsebrands, Imhofe, Inpijn, Isebrants, Jacobi, Jacobs, Jacobsz, Jacobsz (Lefeber), Jak, Jakobs, Janmaat, Janne, Janning, Jans, Jans(en), Jansdr, Janse, Janse Nunnik, Jansen, Jansma, Janssen, Janssens, Jansz, Jansz Nunnik, Jansz Nunnik (Nunning), Janszen, Janze (Janse), Jong, Jong (Jongejans), Jong (Pot, Captein), Jongbloed, Jongejan, Jongejans, Jongeneel, Jongerius, Jongerling, Jongh, Jongsma, Jonker, Jonkers, Joris, Jorna, Jorritsma, Juffermans, June, Junebol, Junebol (IJunebol), Jung, Jurriaensz, Just, Kaa, Kaaij, Kaandorp, Kaljee, Kam, Kamer, Kamerling, Kamminga, Kamp, Kamper, Kanne, Kannegieter, Kapel, Kapitein, Kappel, Kappelhof, Kappers, Kappiteijn, Kardinaal, Karman, Karremans, Karskens, Karsten, Kat, Kauling, Kauw, Kedel, Keijser, Keijzer, Keiser, Keizer, Kelderman, Kelterborgh, Kemp, Kempen, Kemper, Kenter, Kerkhof, Kerkhoven, Kerklaan, Kerssens, Kerstiens, Kerstjens, Kervel, Kervel (Metselaar), Kessel, Keuck, Keuss, Keuß, Keven, Kiebert, Kielesteijn, Kielestein, Kieve, Kieven, Kievit, Killing (Kielle), Killingh, Kimmenaede, Kitselaar, Kivit, Klaas, Klaas (Knegt), Klaasz, Klamp, Klauw, Klaver, Kleef, Kleerekoper, Kleij, Kleijbroek, Kleijn, Kleijweg, Klein, Kleinsman, Kleisma, Klerk, Klijnsorge, Klijweg, Klingers Leenders, Kloes, Klomp, Klooster, Kloosterman, Klopper, Klupper, Klünnen, Kmier, Knaap, Knap, Knauff, Knets (Kneds), Knibbe, Knies, Knight, Knijn, Knijn (Knijneman), Knipping, Knobbe, Knobben, Knol, Koch, Kodden, Koedering, Koedering (Koendering), Koedooder, Koehorst, Koeistra, Koek, Koelen, Koelucht, Koen, Koendering, Koendering (Koenderinck, Coenderingh), Koenderink, Koenraad, Koetsier, Kogeldans, Kohsiek, Koiss, Kok, Kolijn, Kolk, Kollenhoven, Komen, Konijn, Konijn (Knijn, Knijneman), Koning, Koningh (Konink), Konink (Koningh), Kooi, Kooijman, Kool, Koolhaas, Koolmees, Koomen, Kooning, Koop, Koopman, Kopp, Koppes, Koremans, Korenromp, Korporaal, Kort, Korten, Kortenhorst, Korterijks, Korver, Kos, Koster, Kosterus, Kox, Kraan, Kragtwijk, Kramer, Krebber, Krediet, Kremers, Krieger, Krijger, Krijnen, Krijns (Krijnen), Krimpen, Kroes, Kroese, Kroese (Kroeze), Krois, Krol, Kroll, Krom, Kroon, Kroon (Borst alias Kroon), Kross, Kroß, Kruese, Kruijf, Kruijfs, Kruijver, Kruining (Kruijning), Kruissen, Kruithof, Kruiver, Kruse, Kruse (Croese), Krusen, Kuijk, Kuijl, Kuijper, Kuijpers, Kuijs, Kuil, Kuiper, Kuntzen, Kuypers, Kwak, Kühnert, Köppen, Köppen (Bentin), Kösters, Laake, Laan, Laar, Laar (Laer, Dillaer), Laat, Laddorp, Laddorp (Latdorp), Ladenius, Lafeber, Lakeman, Lakerveld, Lam, Lambers, Lambert, Lamberts, Lammerdsen (Lammertsz), Lammers, Lammers (Lambers), Lammerts, Lamsma, Lanbert, Landzettul, Landzettul (Landzedel), Lane, Lange, Langelaar, Langenberg, Langeveld, Langevoort, Langewis, Langhout, Langley, Lansing, Lansink, Lansman, Laquais (La Kou), Laros, Lasance, Lastermann, Lau, Laubuhr, Laubuhr geb. Bertling, Laubuhr gen. Mersmann, Laumans, Laurens, Laurensz, Laurensz (Jacobsz), Lavieren, Lede, Lee, Leeman, Leenders, Leerlooijer, Leesueur, Leeuw, Leeuwenberg, Lefeber, Lefeber (le Feber), Lefeber (le Fever), Lefevre, Lehmhaus, Leij, Lelivelt, Lemmers, Lempers, Leng, Lensen, Lent, Lentz, Leonards, Lepelman, Leur, Leusken, Leuven, Leußmann, Lichtenberg, Liefrink, Lier, Lierop, Lieshout, Liesoij, Lijgse, Lijman (Leiman), Linden, Linderman (Lenderman), Linderman(s), Lingen, Lingius, Lingne, Lip, Lippes, Lisberger, Lisman, Lith, Litsenburg, Littelink, Little, Lobach, Lobs, Loek, Loerakker, Lokhof, Lomans, Lommerse, Loon, Lou(w)man, Lourensis, Lowie, Lubach, Lubben, Lubberts, Lubbes, Lucas, Lucassen, Lucus, Lues, Lugtig, Luijk, Luijkx, Luijten, Luijtesz, Luijtjesz, Luke, Lutgenhorst, Lübcke (Löwitz), Lübeke, Lägers, Löbbers, Löbbers gen Graeß, Maar, Maarseveen, Maartens, Maasen, Maaskant, Macdonald, Mackrander, Mackrander (Maklander), Maertens, Maertensz, Malayko, Mallet, Man, Manshanden, Mansour, Marcelis, Marchand, Marcus, Marel, Maris, Markenstein, Martens, Mastbraak, Mastenbroek, Mastwijk, Matthesius, Matthieu, Mechelen, Medina, Meecking (Meckink), Meekeren, Meel, Meelen, Meenhuis, Meentz, Meer, Meerdam, Meerman, Meerseman, Meerwijk, Meester, Mei, Meij, Meij de Bie, Meijdam, Meijer, Meijnertsz, Meily, Meinkman, Meins, Meintman, Meirmans, Meisner, Mekenkamp, Mekking, Melenhorst, Melick, Melman, Meloen, Mengens, Menkman, Mensink, Mersmann, Merwede, Merx, Messemaker, Mestrom, Metgod, Mets, Metselaar, Metselaar (Kervel), Mettis, Metz, Meuleman, Meulen, Meulenberg, Meulman, Meyerhof(f), Michelbrink, Michelsz, Michilsen, Middelkoop, Miedema, Mijdema, Mijnders, Mikurda, Minnaard, Minnen, Misri, Moen, Moerel, Moerman, Moers, Moers (Moors), Moes, Moesel, Moesel (Moezel), Moezel, Mokate, Mol, Molen, Molen (Kleijn), Molenaar, Molendijk, Molenkamp, Molle, Mom, Moolenijzer, Mooren, Moores, Moormann, Moorsel, Muijen, Muijs, Mulder, Mulino, Muller, Munnik, Munster, Munsterman, Mur, Mus, Muurlink, Möller, Möllers, Nak, Narloch, Nederend, Nederkoorn, Neef, Neeleman, Neelen, Neiboer, Nel, Nelisse, Nelissen, Neumann, Nie, Niehues, Niehueß, Niekerk, Niele, Nielen, Niesink, Niessink, Niesten, Nieuwburg, Nieuwendijk, Nieuwenhof, Nieuwenhuis, Nieuwmeijer, Nijhof, Nijssen, Nittinger, Nobel, Nobis, Noel, Nolte(n), Nolten, Nolten (van Ooijen), Nooij, Noom, Noormans, Noort, Noortman, Nooy, Nortan, Noyel (Noel), Nunning, Nunning (Nunnink), Nunnink, Nuy, Oberhoff, Odijk, Oever, Offenberg, Ohm, Olbertz, Olferts, Oliekan, Oliekan (Olijkan), Olifiers, Olij, Olij-kan, Olijkan, Olikan, Olikan (Olijkan), Olof, Olofsen, Olthuis, Ome, Ommeren, Onderwater, Ooijen, Oomen, Oomis, Ooms, Oor, Oord, Oorschot, Oortman, Oortmeijer, Oosten, Oostendorp, Oosterhout, Oosterman, Oosterwijk, Oostindie, Oostindien, Oostwaard, Ootes, Oppen, Orre, Os, Osewoudt, Oskam, Ossevoort, Osten, Otse, Otse (Ote), Otten, Oud, Oud (Koopman), Oudejans, Oudekerk, Oudt, Oussoren, Out, Outgers, Outman, Overdijk, Overink, Overmars (Pannevis), Overtoom, Overweg, Overzier, Overzier (Oversier), Paai, Paaij, Paaij (Paai), Paans, Palstra, Park, Pas, Paschedag, Pasmans, Paté (Patee), Pater, Pattipaweaj, Pauk, Paulus, Paulusz, Pauwels, Pedroli, Peelen, Peeperkorn, Peeperkorn Janszoon, Pees, Peetam, Peeters, Peetoom, Peetra, Pel, Pelt, Pelzer, Pero, Person (Perzon), Peters, Petersen, Petersz, Petri, Petten, Peusink (ook Merrenhof), Philippo, Pieck, Pieck (Heer van Gameren), Pieck (Piek), Pieck (Van Beesd), Pienink, Pienink (Penning), Piepers, Pierick (Perick), Piët, Pieters, Pieters (Goote), Pieters van de Heijde, Pieterse, Pieterse (Outman), Pietersz, Pietra, Pijl, Pijlen, Pirovano, Plaats, Planje, Planthaber, Plat, Platschorre, Plegt, Plemper, Plessis, Ploeg, Ploeger, Plomp, Plouwies, Plouwies (Plouïes), Plowits, Pluim, Poel, Poelenije, Poenema, Polak, Pollé, Pollet, Polman, Poorten, Pootjes, Populo, Portegies, Portegiesch, Post, Posthuma, Posthumus, Postma, Pot, Pot de Jonge, Potjes, Pots, Potter, Preijde, Prenger, Proemen, Provens, Provens (Provence), Provo, Pullen, Puppe, Puppe geb. Floetman, Puppen, Purich, Putten, Puttmans, Quakenbos, Quant, Querforth, Quilentang, Raaijmakers, Raaphorst, Raaves, Rabe, Rademakers, Ram, Rament (Maarsen), Rankenberg, Raven, Rebel, Reckers, Reedans, Reeden, Reele, Reenen, Reetra, Reevers, Reigel, Reijers, Reijersz, Reijnders, Reimerinck, Reinke, Reissenweber, Rek, Rekkert, Rekveld, Rekvelt, Rem, Rement (Maarsen), Remers, Renoij, Renout, Rens, Renzenbrink, Reus, Reus(e), Reuse (Rüse), Rhee, Rhoon, Ricciardi, Richerts, Richter, Ridder, Riechers, Riechers (Richerts), Riemsdijk, Riet, Rietveldt, Rietvelt, Rieuwertsz, Rijdertse, Rijff, Rijk, Rijkenberg, Rijkers, Rijkhof, Rijn, Rijnbout, Rijnders, Rijnders (Reinderts), Rijne, Rijnsburger, Rijpstra, Rijs, Rijswijk, Ristig, Robert, Roden, Roden (ute Duvelant), Roeff, Roele, Roelofs, Roelvink, Roem, Roemer, Roemers, Roer, Roert, Roert geb. van Wehr, Roesink, Roeten, Rohling, Rol, Roling, Roll, Romeijn, Rommens, Rommers, Rongardine de Lavalette, Rongelaar, Rood, Rooden, Rooij, Roos, Roosjes, Roothoff, Roozen, Roozendaal, Ros, Rosenweerd, Rosin, Rotgers, Rotteveel, Roumen, Rover Heer van Vianen, Rozendal, Rubsaam, Rudolph, Ruese, Ruese (Reuse), Ruig, Ruigrok, Ruijch, Ruijsenaars, Ruijter, Ruitenberg, Rumers, Runge, Ruppert, Ruske, Rusman, Rustenbeeke, Rusting, Rutte, Rutten, Ruurds, Ruven, Röholl, Röttgers, Röwers, Saarloos, Saeger, Sael, Sanders, Santen, Sapletal, Sarelse, Sas, Sasckers, Schaaff, Schaage, Schaap, Schaapman, Schaar, Schabbing, Schade, Schaefer, Schaft, Schagen, Schalekamp, Schalkwijk, Scheepens, Scheepstra, Scheer, Schelle, Schellen, Schellenberger, Schepers, Scheppingen, Scherft, Schermer, Schie, Schieke, Schiele, Schierman, Schiermann, Schiffel, Schilling, Schilperoord, Schipper, Schlamelcher, Schlatmann, Schlief, Schmale, Schmalen, Schmidt, Schmitt, Schmitz, Schoenmaaker, Schoenmaecker, Schoenmaeckers, Schoenmaker, Schohaus, Schohues, Schohuß, Schol, Scholte, Scholten, Scholtens, Schoof, Schoon, Schoonderwoerd, Schooneman, Schoonevelt, Schoonhein, Schooten, Schor, Schotanus, Schouten, Schrader, Schrama, Schrapenborg, Schreijer, Schreven, Schrijer, Schroef, Schräer, Schräer Latermann, Schröder, Schröders, Schuffel(s), Schuijt, Schuit, Schuitemaker, Schulte, Schulte Ohne, Schultink, Schultze, Schusseler, Schuster, Schutte, Schutter, Schuurmeijer, Schuurs, Schwancken, Schwanken, Schwartz, Schwegler, Schweitzer, Schürmann, Sealtiel, Segbers, Seine, Seitz, Selm, Seltenrijch, Sennef, Sentrup, Sermondt, Severijnse, Severijnsz, Sevinck, Sevink op Balink, Sevriens, Sibels, Sibles (Simens), Sijbercarspel, Sijmese, Sijmons, Sijnis, Sijvertsz, Sikkes, Simonse, Sinnigen, Sintenie, Sipkes, Sjoerd, Sjoers, Sjoers (Soors), Slab, Slab (Groen), Slap, Slegers, Slemp, Slijderink, Sliker, Slingerland, Sloet, Sloet (de oude), Slooff, Slooten, Slooth (Sloet), Sluitermans, Sman, Smayda, Smeenk, Smets (Smits), Smit, Smith, Smits, Smout, Snel, Snevert, Snevert (Elinck), Snijder, Snijders, Snoeks, Snuijverink, Snuverink, Soesbergen, Soetebier (Zoetebier), Soeter, Soltysik, Somers, Sop, Sorber, Spaapen, Spaing, Span, Spanjaart, Specke, Spee, Speek, Speel, Speijdel, Spek, Spenceley, Speyer, Spieker (Spijker), Spoek, Spoelder, Spoor, Spooren, Staalman, Stadegaat, Stakenburg, Stalman, Stam, Stams, Steeg, Steeman, Steen, Steenbergen, Steenderen, Steenhage(n) (Steijnhagen), Steenhagen, Steenhof, Steenhouwer, Steenhoven, Steenhuysen, Steenkamp, Steenman, Steensma, Steenvoorden, Steijn, Steinhagen, Steinmetz, Stelbrink, Steldt, Stellingwerff, Stelpstra, Stender, Stevens, Stieglitz, Stijnvoord, Stock, Stoffers, Stok, Stokman, Stolk, Stolp, Stoop, Stor, Storms (van Weena), Strahle, Straten, Strijie, Stroo, Struijk, Struik, Stuijts, Stut, Suiters, Suren, Sutphen, Suuring, Swaanebeek, Swart, Sweekhorst, Sweerts, Swier, Swieten, Symens, Talen, Talsma, Tander, Tang, Tang (Tangt), Tange, Tas, Teeken, Teeman, Teernstra, Teeuwen, Teigel, Teijlingen, Tellingen, Telman, Terlaak, Terluin, Tetteroo, Teunis, Teunissen, Tevenin, Thedij, Theodhori (Refugjatie), Theunis, Theunissen, Theunisz, Theuns, Theus, Thiele, Thier, Thierry, Thijssen, Thijsz, Thomas, Thomassen, Thomes, Thonis, Thonisz, Thouars, Threinen, Thuiser (Tuijser), Thuyssen, Tibbe, Tichelaar, Tiebesz, Tielenburg, Tieman, Tiercx (Tjercksz), Tiet, Tijmens, Tijmons, Til, Timan, Timmer, Timmerman, Timmermans, Titsing, Tol, Toll, Toll (Tol), Tomassen, Tomassen (Dulmondt), Tombroek, Tongeren, Tonno, Tooneman, Toonssen, Toorn, Torleij, Torley, Torn, Trampe, Triet, Trigt, Trip, Tromp, Troost, Tros, Troven, Trumpie, Tuijn, Tuijnman, Tuijtel, Tuinder, Tuinman, Tuis, Tulling, Tusschenbroek, Tönnissen, Ubbink, Uittendaal, Uslus, Vaars, Valkoog, Varrenkroeg, Vecht, Veekens, Veen, Veenings, Veer, Veerdig, Veerman, Veermann, Vegte, Vel, Veld, Velde, Velde(n), Velden, Velders, Veldhoven, Veldhuijzen, Veldhuis, Veldink, Veldt, Velle, Velthuis, Veltien, Veltkamp, Veltman, Veltmann, Velzen, Venneker, Venneman, Venter, Veraart, Verbeek, Verbeeten, Verdegaal, Verdonk, Verduin, Verdult, Vergonet, Vergouw, Verhaak, Verhagen, Verheggen, Verheiden, Verheij, Verheul, Verhoeff, Verkaij, Verkerk, Verkooijen, Verlage, Vermeer, Vermeijs, Vermeulen, Vernooij, Verplakke, Verplakke (Verplacke, Plakke), Verschoor, Versterre, Verstraeten, Ververs, Verwoerd, Verwoert, Verzantvoort, Vessum, Vest, Vester, Vianen van Jaarveld, Viehoff, Viester, Vijlder, Vink, Vinke, Vis, Vis (Visch), Visman, Visscher, Visse, Visser, Vissers, Vlaar, Vlaer, Vlak, Vleghter, Vliet, Vlissingen, Vlistra, Vlodrop, Vlodrop (van), Vloedgraven (Baldgraven), Vloeimans, Vloon, Vlugt, Vogel, Volckens, Volckensz, Volcker, Volckers, Volkers, Volkers (Valckers, Vulckers), Volkerts, von Bönninghausen, von Weichs, Vooges, Voorst, Voorting, Voorzanger, Vork, Vos, Vos van Steenwijk, Voskuijl, Voskuil, Vossen, Voulon, Voulon (Foulon), Vreenegoor (Frenigoor), Vreeningen, Vrenegoor, Vriend, Vriend (Frind), Vries, Vries (Goedhart), Vrind, Vroe, Vroe(gh), Vrolijk, Vrouwe, Vugt, Vulkers, Vunderink, Waal, Waalwijk, Wagenaar, Wagenaer (de Craeckert), Wageningen, Wagner, Waijen, Wakker, Wal, Walichs, Walman, Wals, Walta, Wammes, Wardt, Warmerdam, Warnier, Wart, Wassenaar, Wassenaer, Wassing, Watzes, Wayne, Weber, Wee (Vee, Weeun), Weeling, Weelingh, Weemhof, Weemhoff, Weerd, Wees, Wees (Cloet), Weg, Wegtenburgh, Weichert, Weide, Weiden, Weiden Leendertszoon, Weijermans, Weijermars, Weijermars (Weijermans), Weijerts, Weijling, Welboren, Weller, Weller(d), Wellerd, Wellinkvoorde, Werde, Wereld, Werf, Werff, Werkhoven, Wernings, Wester, Westerik, Westerling, Westerop, Wever, Weydemans, Weyler, Wezer, Wibbelt, Wiebering, Wiebes, Wiebinga, Wiel, Wielen, Wielick, Wielik, Wiering, Wietzes, Wiggers, Wijbes, Wijbrens, Wijde, Wijermars, Wijk, Wijlinck, Wijngaard, Wijngaarden, Wijnhorst, Wijnschenk, Wijsma, Wilde, Wildeboer, Wildeman, Wildenburg, Wilgenkamp, Willems, Willems (Coops), Willems (Muring), Willemsdr, Willemse, Willemsen, Willemsz, Willemze, Willinck, Wilmes, Wilms, Wilpen, Wilson, Windschild, Windt, Wingerden, Winkel, Winkelaar, Winkenius, Winninghoff, Winter, Winters, Wintershoven, Wipper, Wis(ch)man, Wisman, Wisselingh, Wissinck, Wit, Wit (Metselaar), Witte, Wittebrood, Witteman, Woerd, Woerden, Woerkom, Wognum, Wolde, Wolf, Wolff, Wolters, Woltz, Wordragen, Wortel, Wortel (Decker), Woud, Woudberg, Wouden, Wouters, Woutersz, Wouts, Wubben, Wygers, Wüst, Wytses, Wytses (Wydses, Wietzes), Wytses (Wydzes), Wytses (Wydzes) (Hoevenier), Wytses (Wydzes, Wietzes), Wytzes, Wytzes (Wietzes), Ypey, Ypma, Zaiser, Zandberg, Zande, Zande(n), Zandhuis, Zandvliet, Zanten, Zatink, Zatink (Satink), Zedel, Zee, Zeelst (de Jongh), Zegelink, Zeil, Zeilstra, Zelle, Zendveld, Zernitz, Zerstegen, Zevenhuijsen (Sevenhuijse), Zijden, Zijerveld, Zijl, Zoet, Zomerdijk, Zon, Zonneveld, Zoun, Zuidert, Zuidgeest (Zuijdgeest, Suijtgeest), Zuilen, Zurk, Zurlohe, Zurlohe gen. Laubuhr, Zutphen, Zwaan, Zwanik, Zwarekant, Zwart, Zwart (Swart), Zwarter, Zwarthoed, Zwetsloot, Zwiers, Zwieten, Zwijsen